Samen veilig sfeer maken – van verbod naar verantwoordelijkheid

Opgesteld door Niels Hilboesen / Floodlightfootball
Datum Augustus 2026
Met input van Supporters, clubs en internationale voorbeelden (België, Frankrijk, Noorwegen, Schotland & Denemarken)
Contact www.floodlightfootball.nl

Een praktijkgericht rapport over hoe veiligheid, sfeer en verantwoordelijkheid in het Nederlandse voetbal dichter bij elkaar kunnen worden gebracht.

Inhoudsopgave

  1. Samenvatting
  2. Inleiding
  3. Huidige situatie Nederland
  4. Internationale voorbeelden
  5. Analyse
  6. Voorstel Pilot Nederland
  7. Conclusie en aanbevelingen
  8. Kernboodschap
  9. Bronnen en actualisatie

Rapport: Pilot pyrotechniek in het Nederlands betaald voetbal Samen veilig sfeer maken: van verbod naar verantwoordelijkheid

1. Samenvatting

Pyro hoort bij het voetbal. Voor veel supporters zijn fakkels en rookpotten een onmisbaar onderdeel van de beleving. In Nederland is het gebruik verboden, met als gevolg illegale inzet, boetes voor clubs en veiligheidsrisico’s. Internationale voorbeelden laten zien dat het ook anders kan. Frankrijk heeft sinds 2023 een juridisch uitgewerkt experimenteermodel, Noorwegen werkt met het operationele kader Trygge Rammer, België is in 2026 gestart met een begeleide pilot en Schotland en Denemarken voegen educatie en productinnovatie toe aan het debat.

Dit rapport doet een voorstel voor een Nederlandse pilot, waarin clubs, supporters en pyrotechniekbedrijven samenwerken. Doel: veilige sfeeracties, minder illegale pyro en meer draagvlak.

2. Inleiding

Voetbal is meer dan alleen de 90 minuten op het veld. Het is emotie, identiteit en beleving.

Voor duizenden supporters in Nederland horen pyrotechnische acties – fakkels, rook en vuur – daar onlosmakelijk bij. Het gebruik van pyro is een expressievorm die sfeer en passie zichtbaar maakt en vaak het verschil betekent tussen een gewone en een onvergetelijke wedstrijd. Toch ligt er een grote spanning tussen de beleving van supporters en de regels van overheid, bond en clubs. In Nederland geldt een strikt verbod op het gebruik van pyro in stadions. Het gevolg is dat pyro vaak op illegale wijze wordt ingezet, met veiligheidsrisico’s en hoge boetes voor de clubs. Dit zorgt niet alleen voor spanning tussen supporters en bestuurders, maar ook voor een kloof in vertrouwen en communicatie.

Internationale voorbeelden tonen aan dat er wél mogelijkheden zijn om pyro op een veilige en gecontroleerde manier te benaderen. Frankrijk heeft sinds 2023 een formeel experimenteerkader, Noorwegen werkt met een streng operationeel model, België is gestart met een begeleide pilot en andere landen zetten in op preventie, opleiding en productinnovatie. Samen laten deze voorbeelden zien dat gecontroleerd gebruik, harde randvoorwaarden en supportersverantwoordelijkheid gecombineerd kunnen worden.

Het doel van dit rapport is om de Nederlandse situatie in kaart te brengen en een concreet voorstel te doen voor een vergelijkbare pilot in ons land. Het idee: een stap zetten van verbod naar verantwoordelijkheid. Niet langer het blindweg bestraffen van pyro, maar juist het creëren van een kader waarin supporters, clubs en pyrotechniekbedrijven samen zorgen voor veilige en indrukwekkende sfeeracties.

Deze pilot moet niet alleen leiden tot minder illegale pyro en veiliger stadions, maar ook bijdragen aan:

  • herstel van vertrouwen tussen supporters en beleidsmakers,
  • vermindering van sancties richting clubs,
  • en een rijkere beleving die aansluit bij de voetbalcultuur in Nederland.

3. Huidige situatie in Nederland

In Nederland is het gebruik van pyrotechniek in en rond stadions volledig verboden. Dit verbod is vastgelegd in de landelijke wetgeving (het Vuurwerkbesluit) en wordt strikt nageleefd door de KNVB en lokale autoriteiten. Het gevolg hiervan is dat er een zero tolerance beleid geldt: iedere vorm van pyro in een stadion is automatisch illegaal.

3.1 Boetes en sancties

Clubs worden zwaar bestraft wanneer er toch pyro wordt gebruikt. Boetes vanuit de KNVB en UEFA kunnen oplopen tot tienduizenden euro’s per incident. Daarnaast kunnen er disciplinaire maatregelen volgen, zoals het sluiten van vakken of het spelen van wedstrijden zonder publiek. Voor clubs die financieel al onder druk staan, zijn dit zware sancties.

3.2 Illegale inzet

Ondanks het verbod blijft pyro in vrijwel alle stadions terugkomen. Supporters zien het als een essentieel onderdeel van hun cultuur en nemen het risico om fakkels en rookpotten illegaal binnen te smokkelen. Hierdoor ontstaan juist de onveilige situaties die men probeert te voorkomen:

  • Pyro wordt ongecontroleerd ingezet, vaak in dichte vakken.
  • Er is geen toezicht op de kwaliteit van het materiaal.
  • De club heeft geen enkele grip op de omstandigheden.

3.3 Spanningsveld

Het huidige beleid zorgt voor een voortdurende spanning tussen supporters, clubs, bond en overheid. Supporters voelen zich niet gehoord en hebben het gevoel dat hun cultuur wordt genegeerd. Clubs zitten klem: enerzijds willen ze hun achterban ondersteunen, anderzijds zijn ze bang voor boetes, reputatieschade en, nog belangrijker, risico’s voor de veiligheid, (im)materiële schade, algemene gezondheidsrisico’s en ongelukken met alle gevolgen van dien.

Dit spanningsveld komt duidelijk naar voren in de gesprekken met beide kampen en in het contact en netwerk waaruit ik, Niels Hilboesen, supporter, oud supporterscoördinator van FC Groningen en de KNVB, en gemeenteraadslid, mijn informatie haal. Toch kan de situatie snel veranderen, juist door beide partijen in beweging te brengen en de kwestie bespreekbaar te maken. Beide kampen hebben openingen geboden, en ik heb veel welwillende signalen gehoord.

3.4 Kansen en uitdagingen

De huidige situatie is onbevredigend:

  • Pyro blijft gebruikt worden, maar op onveilige en ongecontroleerde wijze.
  • Clubs betalen de prijs in de vorm van boetes en maatregelen.
  • De kloof tussen supporters en beleidsmakers wordt groter.

Daarom is er behoefte aan een nieuwe benadering, waarin veiligheid en beleving samengaan. Het invoeren van een pilot kan hierin een doorbraak betekenen. Het biedt een manier om legale, gecontroleerde pyro mogelijk te maken en zo het vertrouwen te herstellen tussen alle partijen.

4. Internationale voorbeelden

Het gebruik van pyro is in meerdere Europese landen nog steeds verboden in de basis, maar de manier waarop men ermee omgaat verschilt sterk. Waar sommige landen vooral inzetten op repressie, combineren andere landen handhaving met gecontroleerde pilots, educatie, productinnovatie en structurele evaluatie. Juist die combinatie is relevant voor Nederland, omdat geen enkel land het vraagstuk oplost met alleen boetes of alleen vrijheid.

4.1 Frankrijk – juridisch uitgewerkt experimenteermodel

Frankrijk heeft sinds maart 2023 het meest uitgewerkte juridische pilotkader van Europa. Via een nationaal decreet werd een driejarige experimenteerregeling geopend voor pyrotechnische animaties in niet-overdekte sportaccommodaties.

De Franse regeling is inhoudelijk strak afgebakend:

  • Alleen open-air sportaccommodaties binnen de bedoelde categorie vallen onder deregeling.
  • Alleen bepaalde soorten pyrotechniek uit categorie F1, F2 en T1 zijn toegestaan, namelijkrookpotten, stroboscopen en handfakkels.
  • Per animatie geldt een totaalmaximum van 35 kilogram actieve massa.
  • Er moet een afgebakende veiligheidszone zijn waar opbouw, ontsteking en opruimingplaatsvinden.
  • Alleen meerderjarige deelnemers mogen meedoen, onder directe controle van eengecertificeerde verantwoordelijke.

Daarmee verschilt Frankrijk van veel andere landen: het gaat niet om een vrijblijvende afspraak, maar om een formeel staatsrechtelijk kader met aanvraag, vergunning en evaluatie.

Ook de administratieve kant is vergaand uitgewerkt. Een aanvraag moet gezamenlijk worden ingediend door de club en de eigenaar van het stadion, uiterlijk één maand voor de wedstrijd. Het dossier bevat onder meer de namen en geboortedata van deelnemers, een gedetailleerd plan van de animatiezone, de veiligheidsmaatregelen, de aansprakelijkheidsverzekering en de lijst met te gebruiken producten.

Daarnaast heeft Frankrijk ook het evaluatieproces vastgelegd. Na elke animatie moet een evaluatie worden opgesteld met inbreng van club, supporters, de verantwoordelijke pyrotechnische begeleider, ordediensten, bond en league. In de openbare bronnen die ik heb geraadpleegd is het juridische kader dus zeer helder, maar een breed openbaar nationaal evaluatierapport met definitieve effectcijfers is nog niet prominent beschikbaar. Frankrijk is daarom vooral sterk als voorbeeld van juridische en administratieve borging.

4.2 Noorwegen – Trygge Rammer als operationeel model

Noorwegen heeft sinds juni 2024 een tijdelijke dispensatie voor gebruik van bepaalde pyrotechnische producten in het topvoetbal. In maart 2026 is die regeling verlengd tot en met seizoen 2027.

De Noorse aanpak is vooral interessant omdat hij operationeel zeer concreet is. Voorafgaand aan het seizoen moet elke club een actuele risico- en kwetsbaarheidsanalyse hebben, die richting geeft aan de vraag óf en hoe pyro kan worden gebruikt. Clubs moeten duidelijk aangeven in welk staand zangvak pyro überhaupt denkbaar is.

Tijdens het seizoen gelden strikte randvoorwaarden:

  • De producten moeten behoren tot toegestane en zo veilig mogelijke types.
  • Gebruik vindt plaats met veilige afstand tot omstanders, met minimaal één meter vrijeruimte naar voren bij goedgekeurde bluss.
  • De supportercoördinator verstrekt alleen het goedgekeurde aantal producten aanidentificeerbare, opgeleide supporters.
  • Gebruikers moeten meerderjarig, nuchter en herkenbaar zijn.
  • Clubs moeten zorgen voor blusmiddelen, branddekens en voldoende geïnstrueerdestewards of gastheren.
  • Andere betrokkenen, zoals fotografen, ballenjongens en beveiligers, moeten vooraf wetendat pyro zal worden gebruikt.

Het Noorse model is dus geen vrije zone, maar een vergunning binnen een streng werkproces. Tegelijk bleef Noorwegen sancties inzetten tegen gebruik buiten deze veilige kaders. In 2025 maakte de bond expliciet dat alle pyro zonder lokale goedkeuring weer zou worden bestraft om de regeling te beschermen. Volgens NFF en de Noorse overheid heeft de regeling positieve effecten gehad door betere controle en minder illegaal en onveilig gebruik. Noorwegen is daarmee het sterkste voorbeeld van een praktisch uitvoerbaar middenmodel tussen totaalverbod en volledige vrijheid.

4.3 België – van strengere voetbalwet naar begeleide pilot

België is juist interessant omdat het laat zien hoe een land eerst repressie en preventie heeft aangescherpt en pas daarna ruimte maakt voor een beperkte pilot. De Belgische voetbalwet werd in 2023 aangescherpt, waardoor niet alleen het gebruik, maar ook het binnensmokkelen, de poging daartoe en het bezit van pyrotechniek in stadions strafbaar zijn.

Tegelijkertijd werd in België niet alleen harder bestraft, maar ook steviger gemeten. Volgens de FOD Binnenlandse Zaken was in seizoen 2023/2024 ruim een kwart van alle vastgestelde overtredingen in het profvoetbal, 26,13 procent, gerelateerd aan pyrotechnische voorwerpen. Het aantal processen-verbaal voor deze categorie steeg bovendien met 22 procent. Daarnaast liep in België al een preventieproject rond structurele beeldvorming en sensibilisering, waarbij per club rapportages werden opgesteld en een monitoringtool werd ontwikkeld voor slachtofferschap en schade.

Die datalijn werd in 2026 nog scherper met de campagne “Sfeer kan ook anders”, opgezet door de AD Veiligheid & Preventie en de Stichting Brandwonden. Daarbij werd gemeld dat in de afgelopen vier seizoenen minstens 579 slachtoffers vielen door pyrotechniek in het Belgische profvoetbal.

Tegen die achtergrond lanceerde de Pro League op 4 februari 2026, samen met minister

Bernard Quintin, een pilootproject voor veilig en gecontroleerd gebruik. De contouren daarvan zijn duidelijk:

  • Slechts een beperkt aantal clubs doet mee.
  • Het gaat om begeleid gebruik door opgeleide fans.
  • Gebruik vindt plaats in een afgebakende zone en op vooraf bepaalde tijdstippen.
  • Elke test vereist expliciet akkoord van lokale overheid en brandweer.
  • Buiten de pilot blijft pyro verboden.

België heeft dus nog geen bewezen eindresultaat van deze pilot, daarvoor is het te vroeg, maar wel een relevante volgorde: eerst data, dan preventie, daarna pas testen. Dat maakt het land bijzonder interessant voor Nederland.

4.4 Schotland – educatie als interventiemodel

Schotland kiest voor een andere route. Daar is niet ingezet op gereguleerd gebruik, maar op een educatief pilotproject dat zich expliciet richt op supporters die eerder pyro hebben gebruikt en op jongere fans die daarvoor gevoelig kunnen zijn.

Het in november 2025 gelanceerde programma van de SPFL Trust is een vier uur durende cursus met input van een A&E-arts, een UEFA-expert, politie, brandweer, zorgprofessionals, veiligheidsorganisaties en Supporters Direct Scotland. Deelnemers krijgen uitleg over medische risico’s, wetgeving, schade aan clubs en de bredere gevolgen voor veiligheid en wedstrijdorganisatie.

De kracht van dit Schotse model zit in iets anders dan legalisering: gedragsbeïnvloeding. Het erkent dat handhaving alleen niet genoeg is en dat juist de doelgroep die het dichtst op het probleem zit actief moet worden bereikt. Voor Nederland is dit relevant, omdat een eventuele pilot sterker wordt als daar parallel een educatie- en preventiespoor naast loopt.

4.5 Denemarken – innovatie in product en samenwerking

Denemarken biedt geen nationaal pilotmodel zoals Noorwegen of Frankrijk, maar wel een interessant innovatieproject vanuit de praktijk. Brøndby IF meldde in 2017 dat samen met een pyrotechnicus, supportersgroepen en Danske Fodbold Fanklubber een vorm van CE-goedgekeurde “cold pyro” was ontwikkeld in de laagste gevarenklasse 1.4S.

De gedachte daarachter was helder: als sfeeracties toch blijven bestaan, moet je ook kijken naar veiligere producten die beter aansluiten op stadiongebruik. Brøndby gaf daarbij aan in gesprek te willen met politie en hulpdiensten en een grote test aan beide zijden van de Sont te willen organiseren samen met Zweedse supportersorganisaties.

Tegelijk blijft Denemarken in de reguliere voetbalpraktijk wel sanctioneren bij ongeoorloofd gebruik. Het Deense voorbeeld leert dus niet dat innovatie het verbod vervangt, maar wel dat productontwikkeling en supportersdialoog een serieuze aanvullende route kunnen zijn.

4.6 Europese beleidslijn – naar een gemengd model

Op Europees niveau is eind 2025 nog een belangrijk signaal gegeven. De Raad van Europa nam binnen het kader van de Saint-Denis Convention een aanbeveling aan over het bezit en gebruik van pyrotechniek bij voetbalwedstrijden en andere sportevenementen.

Daarin wordt nadrukkelijk gepleit voor:

  • Meer harmonisatie van juridische kaders.
  • Intensievere samenwerking tussen politie, sportorganisaties en fabrikanten.
  • Gerichte educatiecampagnes.
  • Gestructureerde dialoog tussen clubs, politie en supporters.
  • Extra training voor stewards en andere stadionmedewerkers.
  • Verdere verkenning van technologische detectie, binnen rechtsstatelijke grenzen.

Die aanbeveling is belangrijk omdat zij laat zien dat de Europese richting niet ééndimensionaal is. De lijn is niet alleen verbieden, maar vooral slimmer reguleren, beter trainen, beter meten en beter samenwerken.

4.7 Relevantie voor Nederland

De internationale voorbeelden laten zien dat er niet één perfect model bestaat, maar wel een aantal bouwstenen die steeds terugkomen.

Frankrijk is sterk in juridische en administratieve borging. Noorwegen is het meest uitgewerkte operationele voorbeeld en laat publiekelijk zien dat gecontroleerde toelating kan samengaan met minder illegaal gebruik. België laat zien hoe data, preventie en een beperkte pilot elkaar kunnen opvolgen. Schotland bewijst dat educatie een serieus instrument is. Denemarken laat zien dat ook productontwikkeling onderdeel van de oplossing kan zijn. Voor Nederland betekent dit dat een toekomstig model niet simpelweg Frans of Noors moet worden gekopieerd. Juist een combinatie van juridische duidelijkheid, praktische veiligheidskaders, educatie, monitoring en supportersverantwoordelijkheid ligt het meest voor de hand.

5. Analyse

De discussie over pyrotechniek in het voetbal draait in de kern om de balans tussen veiligheid en beleving. Supporters zien pyro vaak als onderdeel van hun cultuur, terwijl beleidsmakers en clubs vooral kijken naar risico’s, aansprakelijkheid en handhaving. De internationale vergelijking laat zien dat de echte vraag niet is of dit onderwerp bestaat, maar hoe je er het verstandigst mee omgaat.

5.1 Effectiviteit van een verbod

In Nederland is de lijn nu helder: verboden, sanctioneren, opsporen. Dat geeft formele duidelijkheid, maar lost het fenomeen op tribunes niet vanzelf op. De kernvraag is daarom niet alleen of pyro mag, maar of het huidige systeem het veiligst mogelijke systeem is. Pyro wordt nog steeds regelmatig gebruikt, maar dan illegaal en ongecontroleerd. Clubs blijven geconfronteerd met hoge boetes en sancties, terwijl hun feitelijke grip beperkt is zodra materiaal toch binnenkomt. Het debat blijft gepolariseerd omdat beleving en veiligheid als tegengestelden worden neergezet, terwijl andere landen juist laten zien dat beide onderwerpen in één model kunnen worden ondergebracht. Een totaalverbod kan juridisch helder zijn, maar is praktisch pas overtuigend als het fenomeen ook werkelijk verdwijnt. Dat is nu niet het geval.

5.2 Lessen uit Frankrijk

Frankrijk bewijst vooral dat een pilot stevig juridisch dichtgetimmerd kan worden. De kracht van het Franse model zit in:

  • Heldere productcategorieën en maxima.
  • Een verplichte veiligheidszone en gecertificeerde begeleiding.
  • Een formele vergunning via de prefect.
  • Een verplichte evaluatie na elke animatie.

De les voor Nederland is hier niet dat Frankrijk al de eindoplossing heeft bewezen, maar wel dat een Nederlandse pilot alleen kansrijk is als aanvraag, uitvoering en evaluatie juridisch vooraf strak zijn geregeld.

5.3 Lessen uit Noorwegen

Noorwegen is het meest bruikbare voorbeeld voor de dagelijkse uitvoerbaarheid. Risicoanalyse per stadion staat centraal. Alleen herkenbare, opgeleide en nuchtere volwassenen mogen afsteken. De supportercoördinator en cluborganisatie houden grip op aantallen, distributie en plek. Illegaal gebruik buiten de regeling wordt juist strenger afgestraft om het draagvlak van het model te beschermen. De les hier is dat gereguleerd gebruik niet zachter is dan een verbod, maar in de praktijk juist meer discipline vraagt.

5.4 Lessen uit België

België laat zien dat een pilot geloofwaardiger wordt als er eerst zicht is op de schaal van het probleem.

Er is gewerkt met data, clubrapportages en een monitoringtool.

Er is een preventiecampagne gebouwd rond letsel en slachtofferschap.

Pas daarna is een beperkte, lokaal gedragen pilot gestart.

De les voor Nederland is dat een pilot niet alleen als sfeer- of cultuurproject moet worden gepresenteerd, maar ook als veiligheidsproject met meetbare indicatoren.

5.5 Lessen uit Schotland en Denemarken

Schotland en Denemarken vullen het debat op een andere manier aan.

Schotland laat zien dat gedragsverandering en voorlichting onderdeel moeten zijn van het beleid, zeker richting jonge fans en recidivegebruikers.

Denemarken laat zien dat ook de aard van het product ertoe doet en dat veiligere, beter passende varianten onderzocht kunnen worden.

De les voor Nederland is dat een pilot sterker wordt als die niet alleen ziet op toestemming, maar ook op scholing en technische innovatie.

5.6 Kansen voor Nederland

Voor Nederland ligt hier juist een kans om niet achter de feiten aan te blijven lopen, maar een volwassen tussenvorm te ontwerpen.

Veiligheid: gecontroleerde inzet is beter te plannen, af te schermen en te evalueren dan illegaal gebruik.

Samenwerking: een pilot kan de relatie verbeteren tussen supporters, clubs, KNVB, gemeenten, brandweer en politie.

Cultuur: de voetbalbeleving wordt serieus genomen zonder veiligheid los te laten.

Boetevermindering: minder illegale inzet kan leiden tot minder disciplinaire schade en minder escalatie.

Kennisopbouw: Nederland kan eindelijk op basis van eigen data beoordelen wat wel en niet werkt.

5.7 Risico’s en uitdagingen

Een Nederlandse pilot slaagt alleen als de randvoorwaarden hard en helder zijn.

Handhaving: buiten de afgesproken momenten en zones moet de lijn streng blijven.

Selectie: deelnemende clubs moeten aantoonbaar organisatorisch volwassen genoeg zijn.

Materiaal: alleen toegestane producten, gecontroleerde logistiek en duidelijke maxima.

Draagvlak: gemeenten, veiligheidsregio’s, brandweer, OM, clubs en supporters moeten vooraf in hetzelfde proces zitten.

Communicatie: het doel mag nooit zijn “meer pyro”, maar “minder onveilig en illegaal gebruik”.

Als die voorwaarden ontbreken, wordt een pilot niet sterker dan het probleem dat hij probeert op te lossen.

5.8 Conclusie analyse

  • De internationale vergelijking maakt één ding duidelijk: het debat hoeft niet te blijvensteken tussen alles verbieden of alles toelaten.

De meest kansrijke route voor Nederland is een gemengd model:

  • een juridisch strak kader zoals Frankrijk,
  • een praktisch werkproces zoals Noorwegen,
  • een meet- en preventielijn zoals België,
  • een educatiespoor zoals Schotland,
  • en aandacht voor veiligere producten zoals in Denemarken.
  • De belangrijkste les blijft daarom dat verantwoordelijkheid, controle en samenwerkingbeter werken dan een debat dat alleen om straf draait.

6. Voorstel Pilot Nederland

De invoering van een pilot voor gecontroleerd gebruik van pyrotechniek in het Nederlands betaald voetbal is een logische volgende stap. De huidige situatie (verbod en illegaal gebruik) is onhoudbaar en internationale voorbeelden tonen aan dat samenwerking en regulering wél werken. Hieronder volgt een voorstel voor de opzet van een Nederlandse pilot.

6.1 Doelstelling van de pilot De pilot heeft vier hoofddoelen:

  • Veiligheid vergroten: pyro alleen inzetten onder gecontroleerde omstandigheden metgecertificeerd materiaal.
  • Illegaal gebruik terugdringen: supporters een legaal alternatief bieden waardoor denoodzaak om pyro te smokkelen afneemt.
  • Samenwerking bevorderen: vertrouwen opbouwen tussen supporters, clubs, bond enoverheid.
  • Beleving versterken, pyro inzetten als officieel en veilig onderdeel van sfeeracties, passendbij de Nederlandse voetbalcultuur.

Gebruik van pyro is niet het doel, maar deze aanpak moet ervoor zorgen dat wanneer pyro wordt geïntegreerd in een sfeeractie, het gebruik plaatsvindt conform de richtinggevende afspraken.

6.2 Samenwerking en organisatie

De kracht van de pilot zit in samenwerking. De volgende partijen spelen een centrale rol:

  • Supportersgroepen leveren plannen in, wijzen deelnemers aan, organiseren internediscipline en nemen deel aan opleiding en evaluatie.
  • Clubs en SLO’s coördineren aanvragen, distributie, registratie, zones, communicatie ennazorg.
  • KNVB ondersteunt de pilot, stelt pilotvoorwaarden, sanctiekaders en rapportagelijnen open bewaakt uniformiteit tussen clubs.
  • Gemeenten, brandweer, politie en justitiële partners toetsen lokale haalbaarheid,vergunningen en noodscenario’s.
  • Pyrotechnische experts en leveranciers leveren gecertificeerd materiaal, technischeinstructie en begeleiding tijdens testmomenten.

6.3 Veiligheidsborging

Om de veiligheid te waarborgen, gelden strikte regels:

  • Alleen vooraf goedgekeurde producten en aantallen, geleverd via een gecontroleerdeketen, mogen worden gebruikt.
  • Gebruik mag alleen plaatsvinden door meerderjarige, nuchtere, herkenbare enaantoonbaar opgeleide deelnemers.
  • Per stadion wordt vooraf een risicoanalyse, een afgebakende zone en een exact momentvan ontsteking vastgelegd.
  • Blusmiddelen, branddekens, medische paraatheid en communicatie naar omstanders zijnverplicht onderdeel van ieder draaiboek.
  • Buiten het afgesproken kader blijft zero tolerance gelden, zodat de pilot geen vrijbriefwordt voor extra illegale pyro.

6.4 Praktische invulling

De pilot kan worden gestart in een selecte groep clubs, verspreid over de Eredivisie en Keuken Kampioen Divisie. Criteria:

  • Clubs met een actieve supportersgroep die bereid is verantwoordelijkheid te nemen.
  • Stadions waar zones kunnen worden ingericht voor veilig gebruik.
  • Gemeenten die openstaan voor deelname aan een gecontroleerd experiment.
  • Voorstel tijdlijn:
  • Zomer/najaar 2026: juridische verkenning, selectie pilotclubs en afstemming met KNVB,gemeenten, brandweer en politie.
  • Winter 2026/2027: opleiding, technische tests, risicoanalyses per stadion enproefopstellingen buiten wedstrijdcontext.
  • Voorjaar 2027: eerste gecontroleerde pilotwedstrijden bij een beperkt aantal clubs.
  • Seizoen 2027/2028: verbreding of bijstelling op basis van evaluatiegegevens.

6.5 Evaluatie en monitoring

Om het draagvlak en de veiligheid te waarborgen, wordt de pilot continu geëvalueerd.

Vaste voor- en naevaluaties per wedstrijd met club, supporters, veiligheidsdiensten en technisch begeleider.

Meten van incidenten, illegale nevenpyro, letsels, rookoverlast, wedstrijdverstoring en effect op de relatie tussen club en achterban.

Onafhankelijke rapportage aan KNVB, lokale overheid en eventueel ministerie, zodat een vervolg niet op gevoel maar op feiten wordt beslist.

6.6 Verwachte resultaten

De pilot moet aantoonbaar leiden tot:

  • Minder illegale pyro en betere grip op aantallen, momenten en locaties.
  • Meer vertrouwen en samenwerking tussen supporters, clubs en autoriteiten.
  • Een eerlijker beeld van wat wél en niet veilig en werkbaar is in het Nederlandse voetbal.
  • Praktische kennis om te beslissen over structureel beleid, aanscherping of juist beëindiging.

6.7 Samenvatting voorstel

Het voorstel is simpel maar krachtig:

  • Van verbod naar verantwoordelijkheid.
  • Betrek supporters actief, maar maak hun rol ook toetsbaar en sanctioneerbaar.
  • Werk met vooraf goedgekeurde producten, vaste zones, opleiding en lokale toestemming.
  • Combineer pilot, preventie, educatie en harde evaluatie.
  • Als de pilot slaagt, kan Nederland doorgroeien naar een beperkte uitzonderingsregeling inplaats van een systeem dat nu vooral achteraf straft.

7. Conclusie en aanbevelingen

7.1 Conclusie

Het Nederlandse voetbal staat voor een keuze. Het huidige beleid, een totaalverbod met sancties achteraf, geeft duidelijkheid maar heeft het vraagstuk niet opgelost. Ondanks handhaving en boetes blijft pyro terugkeren, vaak juist op momenten en plekken waar clubs en veiligheidsdiensten er de minste grip op hebben.

Internationale voorbeelden tonen aan dat er een beter alternatief kan bestaan, mits de randvoorwaarden hard en helder zijn.

Frankrijk bewijst dat een landelijke experimenteerregeling juridisch strak kan worden ingericht.

Noorwegen laat zien dat gecontroleerde toelating in de praktijk kan leiden tot meer grip en minder illegaal gebruik.

België, Schotland en Denemarken voegen daar belangrijke lessen aan toe over data, preventie, educatie en productinnovatie.

Kortom: het debat hoeft niet te blijven steken in alleen verbieden of alleen gedogen. Nederland heeft vooral behoefte aan een slim, veilig en toetsbaar tussenmodel.

7.2 Aanbevelingen

Start een nationale verkenning en beperkte pilot in seizoen 2026/2027. Selecteer alleen clubs die organisatorisch, veiligheidsmatig en qua supportersdialoog aantoonbaar klaar zijn.

  • Zorg voor spreiding in type stadions en regio’s, maar begin klein en beheersbaar.

Zet samenwerking centraal. Supportersgroepen, clubs, KNVB, gemeenten en pyrotechnische experts trekken gezamenlijk op.

  • Installeer per pilotclub een vaste pyro-werkgroep met club, SLO, supporters, brandweer,politie en technisch expert.

Borg de veiligheid. Werk uitsluitend met vooraf goedgekeurde producttypes, aantallen en logistiek.

Maak opleiding, identificatie, nuchterheid en meerderjarigheid harde voorwaarden voor deelnemers.

  • Leg ook vast welke sancties gelden als buiten het afgesproken kader wordt gehandeld.

Communiceer helder en transparant. Leg vooraf uit waar, wanneer, door wie en onder welke veiligheidsvoorwaarden pyro wordt gebruikt. Communiceer even duidelijk dat buiten de pilot het verbod en de handhaving volledig blijven gelden.

  • Koppel het traject aan eerlijke publiekscommunicatie, zodat het als veiligheidsproject enniet als vrijbrief wordt gezien.

Meet en evalueer structureel. Gebruik een vaste aanvraag- en evaluatieformat per wedstrijd, vergelijkbaar met het Franse model. Meet letsel, verstoring, illegale nevenincidenten, beleving en samenwerking.

  • Rapporteer openbaar op hoofdlijnen, zodat vertrouwen wordt gebouwd op transparantie.

Gebruik de pilot als opstap naar structureel beleid. Beslis pas over vervolgbeleid nadat minimaal één volledig seizoen is geëvalueerd. Werk toe naar een beperkte uitzonderingsregeling met landelijke minimumnormen, niet naar een vrijblijvende lokale lappendeken. Combineer een eventueel vergunningstelsel altijd met preventie, educatie en stevige handhaving buiten de toegestane kaders.

7.3 Slotboodschap

Pyro is geen probleem dat kan worden weggecijferd met boetes of verboden. Het is een onderdeel van de voetbalcultuur dat altijd aanwezig zal blijven. De keuze is dus simpel:

  • Óf we laten pyro voortbestaan in de illegaliteit, met alle risico’s en sancties van dien.
  • Óf we kiezen voor een volwassen benadering, waarin supporters verantwoordelijkheidkrijgen en pyro veilig een plek krijgt in onze stadions.
  • De aanbeveling van dit rapport is helder: start een pilot, werk samen en maak pyro legaal,veilig en verantwoord.

8. Kernboodschap

Pyro is voor velen meer dan vuur en rook, het is passie, beleving en identiteit. Tegelijk is het gevaarlijk, polariserend en voor clubs kostbaar. Een totaalverbod heeft het verschijnsel niet doen verdwijnen, maar wel verplaatst naar de illegaliteit, met hoge boetes, letselrisico’s en een groeiende kloof tussen supporters en beleidsmakers.

Dit rapport kiest daarom voor een andere route: van verbod naar verantwoordelijkheid, maar alleen binnen harde en controleerbare kaders.

Supporters krijgen een officiële, toetsbare rol in het veilig uitvoeren van pyro-acties.

Clubs, supporters en autoriteiten werken samen in plaats van steeds alleen achteraf tegenover elkaar te staan.

Pyrotechniek wordt niet genormaliseerd, maar ingekaderd als een mogelijk gereguleerd onderdeel van een veilige stadionbeleving.

Pyro verdwijnt niet vanzelf door het alleen te verbieden. Het wordt pas veiliger als je het slimmer organiseert, beter meet en buiten de afspraken streng blijft handhaven.

9. Bronnen en actualisatie

Voor de actualisatie van deze versie zijn met name de volgende openbare bronnen gebruikt:

Noorwegen:

  • NFF, Myndighetene gir dispensasjon for pyroteknikk i toppfotballen, 26 juni 2024
  • NFF, Endringer foran seriestart, 26 maart 2025
  • NFF, Norsk fotball får forlenget pyro-dispensasjon, 4 maart 2026
  • Regjeringen.no, NFF gis forlenget dispensasjon voor gebruik van bluss op kamper in toppfotballen, 4 maart 2026

België:

  • Pro League, pilootproject voor veilig gebruik van pyrotechniek, 4 februari 2026
  • BeSafe, Voetbal en veiligheid: strengere sancties voor veiligere stadions, 30 januari 2025
  • BeSafe, Pyrotechniek in het profvoetbal, 14 januari 2026
  • BeSafe, Van projectoproep tot concrete actie: een overzicht van initiatieven in voetbalveiligheid, 8 april 2024

Schotland:

  • SPFL, Pyrotechnics Education Programme, 25 november 2025

Denemarken:

  • Brøndby IF, Update på lovlig en veilige pyrotechniek, 14 september 2017
  • DBU, Fodboldens Disciplinærinstans

Europa:

  • Raad van Europa, Recommendation on the possession and use of pyrotechnics at football matches and other sports events, november 2025

Waar officiële brondata nog geen breed eindrapport over effecten publiceren, is dat in dit rapport expliciet benoemd. Dit document maakt dus onderscheid tussen bewezen resultaten, lopende pilots en interessante projecten zonder definitieve uitkomst.

Ik durf het aan…zet mij in.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *